| |
Tymen Trolsky werd onder de naam Jasper
Mikkers geboren op 3 juni 1948, in Oerle,
gemeente Veldhoven. Hij kreeg vier doopnamen
mee: Jasper Jacobus Johannes Maria. Zijn
vader werd op dezelfde dag 30 jaar oud.
Zoontje Jasper was dus een verjaardagsgeschenk.
In 1952 verhuisden zijn ouders van Oerle
naar Liempde. Daar volgde hij de lagere
school, en deed daarna een jaar MULO in
Boxtel. In 1961 werd hij op het seminarie
van de paters Kapucijnen in Oosterhout geplaatst.
Hij bleef er tot 1968. Vijf dagen na zijn
20e verjaardag, op 8 juni, kreeg hij zijn
gymnasium-diploma overhandigd.
Na het eindexamen gymnasium studeerde hij
twee jaar rechten aan de Katholieke Hogeschool
Tilburg, de tegenwoordige UvT (Universiteit
van Tilburg). Na het kandidaatsexamen schakelde
hij over op de studie Nederlands aan de
Katholieke Leergangen, leraren-opleiding,
eveneens in Tilburg.
Na twee jaar studie behaalde hij de tweedegraads
bevoegdheid Neder-lands. Hij begon vervolgens
met de studie voor de eerstegraads bevoegdheid,
maar kwam tot de ontdekking dat het Ministerie
van Onderwijs in verband met de start van
het nieuwe Mollerinstituut in Tilburg besloten
had de studenten van de Katholieke Leergangen
niet langer een studiebeurs toe te kennen.
De directie van de Katholieke Leergangen
en het Ministerie hadden voor deze studenten
geen overgangsregeling getroffen, de studenten
zaten van de ene dag op de andere zonder
geld. Omdat het onmogelijk was de studie,
dagstudie, te combineren met werken én
met schrijven, besloot Jasper Mikkers met
de studie te stoppen.
Hij publiceerde inmiddels al twee jaar korte
verhalen en gedichten onder het pseudoniem
Tymen Trolsky. In de jaren die volgden,
schreef hij twee romans en vier dichtbundels,
te weten Hyacintha en Pasceline (roman,
1974), Aliesje (roman, 1975), Liederen van
weemoed, wanhoop en waanzin (gedichten,
1974; dubbele bundel), Indiase Liederen
(gedichten, 1974), Zwarte Liederen (gedichten,
1976).
|
|
|
 |
| |
Met enige regelmaat maakte hij tochten in
het buitenland. Hij reisde door Indonesië,
Zuid-Amerika, Australië en Afrika.
Tussendoor had hij allerlei baantjes zoals
magazijnknecht, bouw-vakker, kantoorbediende,
leerlooier, stenenbikker, leraar Nederlands,
bakkersjongen en fabrieksarbeider.
In de jaren tachtig publiceerde hij nauwelijks.
Hij schreef wel, maar het kwam niet tot
een boekuitgave. Pas in 1990 zag weer nieuw
werk van zijn hand het licht. Het werd niet
onder pseudoniem maar onder eigen naam uitgegeven
dit keer. Achtereenvolgens verschenen de
reisroman De weg van de regen, de dichtbundel
Wie is uiteindelijk, de verhalenbundel De
kleine jongen en de rivier en De verdwijning,
gedichten. In november 1996 gaf uitgeverij
Hoenderbossche Verzen in Uden een bijzondere
boek uit: Nagelaten gedichten van Tymen
Trolsky. Eind 2000 kwam het lijvige vervolg
op De kleine jongen en de rivier uit: Het
einde van de eeuwigheid. Het pseudoniem
Tymen Trolsky was, meende de auteur zelf,
op een onvindbare plaats begraven, verroest
en verweerd. Niks daarvan. Op een barre
nacht spoedde een uitgever, de latere uitgever
van Het einde van de eeuwigheid, zich met
een spa naar het kerkhof en spitte net zo
lang tot hij het gevonden had. Hij poetste
en poetste en gebruikte het opnieuw. Tymen
Trolsky verrees als een feniks uit zijn
as.
Er waren tijden dat Trolsky alleen van de
pen leefde, maar meestal combineert hij
het schrijven met andere werkzaamheden.
Hij richt zich op diverse genres - poëzie,
romans, korte verhalen, columns - en werkt
als freelance redacteur voor Omroep Brabant
TV, voor het programma De Wandeling.
De bibliografie elders op deze homepage
geeft een overzicht van het literaire werk.
In een artikel van de publicist Cees van
Raak, geplaatst in BZZLLETIN nummer 213,
februari 1994, wordt uitvoeriger op dat
werk en de omstandigheden waaronder het
tot stand kwam, ingegaan. Dat artikel, getiteld
TYMEN TROLSKY, dichter bij de naam, is elders
op deze homepage te vinden.
|
|
|