Boek-info
 Aliesje
   

'Jij moet wérken!' riep ze, terwijl ze me de trap op, de zolder op joeg en me tot aan m'n wankele schrijftafel voortsleepte: met 'n bevelend wijsvingertje dwong ze me aan m'n schrijftafel plaats te nemen, wachtte tot ik m'n pen had opgenomen en 't kwartoschrift helemaal onder uit 'n hele stapel andere te voorschijn had geplukt: toen lachte ze voldaan, d'r donkere ogen fonkelden van wilskracht:
'Jij moet aan mijn boeken schrijven', zei ze, 'jij moet schrijven!' [...] Ik moest schrijven ja. Ik voelde dat ze gelijk had. Dat 't enige waarin ik bestond en kon bestaan 't verzinnen van woorden was van steen en bloed waarin ik Aliesje kon vatten. Dat ik te zorgen had dat ze 't kwamen! Ik mocht niet meer rusten, geen adem halen voor ik 'r in geslaagd was de zwartheid van d'r haren, de wrede, droeve donkerte van d'r ogen, d'r lichaam, wild en lenig, in woorden te vatten.
Ja, daar kwam 't wel op neer: ik zou niet mogen rusten voor ik d'r ontserfelijk had gemaakt.

 

 

© Jasper Mikkers/Tymen Trolsky