 De
oudste broer van mijn vader was kapucijn. - Dat
was een van de redenen dat ik op het seminarie
terecht kwam, neem ik aan. - Zijn kloosternaam
was Martialis, zijn doopnaam Jan. En hij werd
Heeroom genoemd. Heeroom was kunstzinnig aangelegd.
Hij schilderde, fotografeerde en schreef gedichten.
Mijn vader timmerde een donkere kamer voor hem
en voor een medebroeder op de zolder van het kapucijnenklooster
Emmaus in Velp.
In dat klooster logeerde ik enkele keren als kind.
Ik viste er in het wiel achter het klooster, roeide,
zwom en hielp de tuinbroeder in de tuin en de
kok bij het schoonmaken van groenten. Ik sliep
in een kloostercel temidden van de bejaarde missionarissen
waarvan sommigen blind waren. Op de kloosterzolder
kreeg ik de eerste tekenlessen van Heeroom.
Hij stierf op 3 augustus 1995, een dag voor de
dood van mijn moeder. Ik was erg aan hem gehecht.
Deze foto is van 19 september 1962. |